Ike for Old Amsterdam

As part of De Schone Schrijvers during the anniversary week of Westland cheese/Old Amsterdam, Ike wrote personalized, bite-size poems on demand, together with Smita James and Berber Bijlsma. You could find us at the headquarters in Huizen last Friday. We had great fun, and hopefully the employees who received a poem did too. Below you can read the poem (Dutch) Ike wrote for one of the original founders Klaas Westland.

 

Jij bent de opperbaas
een eindbaas, sterker nog
dat je samen met je broer
die unieke kaas maakte en verkocht

dat je anders dacht en smakelijk
als de wind door markten woei
dat je serieus vermakelijk
je na vis nu ook met kaas bemoeit.

“Jungle” by Ike

gone so trumpetThis entry features another Dutch poem performed at the Festina Lente Poetry Slam contest in Amsterdam on November 18, 2013. It tells the story of a hesitant yet radical trumpet player:

Jungle
Met grootse plannen
Van abonimabel formaat
Treedt de agorafobische trompettist
Met knikkende knieën tot de straat

Koper ingepakt in knapzak
Klein beetje uit de tijd
Toch klaar voor de wereld
Van deze beestelijke mensheid

Ziet kinderkoppen met hoeven
Akelig drakerige buurvrouw
Bodybuilders met kieuwen
Visboeren van kabeljauw

Maar de trompettist trekt één streep
Dwars door het oerwoud van beton
Betreedt podium op kerkplein
Mijdt de getoupeerde python

Blaast muzikaal over daken
En geglazuurde palmpannen
Hengst van angst met knapzak
Heeft oerwoud voorgoed veranderd

“Zeeman” by Ike

sailurBelow is a piece about my (no longer) hidden desire to be a 19th century sailor of some raw, rummy kind. Performed at the Festina Lente Poetry Slam contest (First Rounds # II) in Amsterdam on November 18, 2013:

Zeeman
Soms ben ik graag een harige zeeman
Kalend

Kapitein en knecht van eigen vleet
Gekleed in stank
En beklad met ankers, kreeft en zeemeerminnen
Vlaggen van hellische engelen
Spierballen als Popeye
Met pruimtabak tussen zijn rotte kiezen en ranzige wangen
Prangend, kankerend;
Wachtend op die verlossende rochel op het dek
En hoe de rum van de vorige avond
Het geheel zeer binnenkort zou volgen

Een vadsige zeeman
Die heimwee heeft naar vissersdorpen uit de 19e eeuw
Waar dronken kinderen en ploeterende wijven wachten
Die het gemis botviert op zijn stadse schatjes
Voor lief nemende de platjes
In zijn reeds onverzorgde baarden

Soms ben ik graag een harige zeeman
Met accordeons en Keltische fluiten
In zijn oorschelpen
Een vadsig kornuit, varend
Boegbeeld van kijf
Met zo’n brandend verlangen
Naar zijn zwoegende wijf

“Inspiraal” by Ike

the lizard kingLast night there was another Poetry Slam contest (First Rounds # II) at Festina Lente in Amsterdam. I’m grateful to have been able to attend it again, and find a good number of friends and supporters in the audience. Thanks for cheering, laughing, and being appalled and shocked at times, you all. Because of you I made it to the final round, and won the Audience Award (read: bottle of grape juice)

The poem below was my opening piece, and allows some insight into my background and inspiration. It’s called “Inspiraal” [‘Inspiral’]

Inspiraal
Ik was nog geen 16
Nog geen aspirant
Wanna-be of irritant dichter
Maar veel dichterbij kon ik niet zijn
Nog zeven maanden Kansas
De pijngrens voorbij
En bij terugkomst in het
Koude kikkerland ware alles anders

Maar…

Nog zeven maanden Kansas
Schuifelend door de sneeuw
Neus neerwaarts gericht
Inwaarts gedacht, oortjes in
In gedachten met de hagedis
Zijn ideeën gelezen over
Hoe vreemd de mens toch is
Als je zelf een vreemdeling bent

Maar…

Zeven maanden Kansas is als
De zeven kaarsen van Keats
En daarvan wist onze hagedissenkoning niets
Hij zong mij naar dit podium
Hielp met mijn verdriet
Maar liet mij ook vluchten
Alvorens ik de winter twee keer was gewend

Na drie seizoenen terugkeer
Naar het genoemde kikkerland
Vervreemding meegevlogen
Maar nu eindelijk aspirant
Finally a wanna-be
En immer irritant

Hollander in Kansas
Of Kansan in Holland
Reptiel, ventiel
Hagedis of salamander

Overal waar ik glibber
Is alles veranderd

“Museumnacht” by Ike

Museumnacht

 

Het begon in ‘t appartementje.
Het begon allemaal op bed.
We hadden LSD, DMT
maar kozen voor de heads

Museumnacht, voel de kracht –
Amsterdam om op te vreten.
We namen een tram uit 1910,
clubs en kroeg allang vergeten

We waren op zoek naar Van Eycks
Pollocks en Mondriaans
De nachtwacht, Het melkmeisje
Fabres postmoderne waan

Maar we eindigden weer op bed,
dit keer in een museum.
Schemerlicht, dure tickets
voor dit nachtelijk colosseum

Keken over de rand, meters lager,
zagen grote rendieren lopen.
En de andere kant,
met een muur afgedamd:
drie gekooide parkieten, bek open

Omgeven door korenveld met kraaien,
een op zijn rug liggende krab,
de stoel van Paul Gauguin,
amandelbloesem,
oren van koren
en een slaapkamer in Arles

Wat we op dit punt moesten denken
van dit kunstwerk wisten we niet,
maar vrij zeker waren wij
van de paddo’s en parkieten

Daar ik naar de keuken liep, keek ik
in de groene ogen van een zwarte kat

Het begon te jeuken.
Hij krabde mij, de rat –
de kat van Van Der Leck –
ik zweer het je, gek –
zijn houding, zijn zit –

Ging zitten in mijn vizier…
leidde me af van het verhaal
over deze trip en ons wazige zicht

“Tapijtvluchten in de vormen van
Keith Haring-achtige wormen,”
miauwde de kat,
“kruipend over de vloer –

La musée était une prostituée